Vaardigheid

Om een vaardigheidsniveau voor een functie te bereiken, moet de organisatie de gepaste algemene doelen bereiken voor zover deze betrekking hebben op de functie, evenals de specifieke doelen van de functie. De doelen zijn cumulatief, d.w.z. om niveau 3 in risicomanagement te bereiken, moet de organisatie de generieke doelen en de specifieke doelen voor risicomanagement op niveau 2 en 3 hebben bereikt, zoals blijkt uit de genoemde kenmerken.

Specifieke kenmerken worden alleen beschreven voor niveau 2 en 3.

Op niveau 0 wordt deze functie zelden of nooit uitgevoerd op een manier die consistent is met de beschrijving in het hoofdstuk kennis van Praxis. Dit niveau betekent een gebrek aan formeel P3-managament.

Op niveau 1 bereikt de functie haar doelen op een ad-hoc manier. Dit is de sleutelfactor, ongeacht eventuele specifieke kenmerken. Niveau 1 vertegenwoordigt een organisatie die erin slaagt doelen te bereiken door het werk van een paar getalenteerde personen.

Op niveau 2 worden de doelen over het algemeen bereikt met competente mensen zoals beschreven in het competentieframework van Praxis. Het P3-management is doeltreffend, maar zou efficiënter kunnen zijn.

Op niveau 3 coördineert de organisatie het P3-management om efficiëntie te bereiken en ervoor te zorgen dat goede uitoefening consistent en verankerd is in de organisatiecultuur.

 

Algemene doelen

Niveau 2

  • Een organisatorisch beleid opstellen voor de uitvoering van de functie.
  • Ontwikkelen en onderhouden van een plan voor de functie.
  • Zorgen voor voldoende en vaardige resources om de functie uit te voeren.
  • Toekennen van verantwoordelijkheid en autoriteit voor het uitvoeren van de functie.
  • Bewaken en beheren van de functie.
  • Voer borging uit op de functie.

Niveau 3

  • Tot stand brengen van centraal gedefinieerde procedures en praktijken.
  • Procedure en praktijken aanpassen aan de context.
  • Onafhankelijke borging van de functie uitvoeren.
  • Verzamelen en benutten van geleerde lessen.

 

Algemene kenmerken

 

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Omschrijving

De functie wordt niet of slechts gedeeltelijk uitgevoerd.

Waar gedeeltelijk uitgevoerd, is de aanpak ad hoc en slaagt door individuele inspanning.

Er is een organisatorisch beleid dat vereist dat de functie wordt uitgevoerd.

De functie wordt uitgevoerd door bekwame mensen en er bestaan plannen voor de manier waarop de functie zal worden uitgevoerd.

De procedure wordt bewaakt en beheerd.

Het plan voor de uitvoering van de functie is gebaseerd op een centraal gedefinieerde aanpak die is toegesneden op elk project, programma en/of portfolio.

Leerpunten worden verzameld en benut.

Indicatoren

Niveau 1 kenmerken

Niveau 2 kenmerken

Niveau 3 kenmerken

Rollen & verant-woordelijkheden

Aan de functie zijn geen formele verant-woordelijkheden toegekend.

Rolomschrijvingen bevatten verant-woordelijkheden voor de functie.

Rolomschrijvingen voldoen aan organisatorische standaarden, aangepast aan de context.

Verklaringen van autoriteit en verant-woordingsplicht zijn gedocumenteerd.

Informatie-management

Er bestaat enige ad hoc documentatie over de functie, maar deze is onvolledig.

Er is voldoende documentatie over de functie, maar deze is inconsistent.

Alle documentatie is gebaseerd op organisatorische standaarden, is afgestemd op de context van het werk en staat onder configuratie-controle.

Borging

De functie wordt niet beoordeeld op het bereiken van de specifieke doelen.

De functie wordt gecontroleerd om er zeker van te zijn dat deze effectief wordt uitgevoerd.

De functie wordt onafhankelijk gecontroleerd om er zeker van te zijn dat deze is gebaseerd op organisatorische standaarden, is toegesneden op de context van het werk en wordt gedurende de hele levenscyclus effectief uitgevoerd.

Begroting

Er is geen vastgesteld begroting voor de uitvoering van de functie.

Er bestaan begrotingen voor alle aspecten van de functie.

Begrotingen bestaan en omvatten kosten die geraamd zijn volgens organisatorische standaarden.

Koppelingen

De koppeling tussen deze en andere functies worden niet begrepen.

Koppelingen tussen deze en andere functies worden begrepen en gedocumenteerd.

De koppelingen tussen deze en andere functies worden begrepen, gedocumenteerd en op een consistente manier opgevolgd.

Planning

Er zijn aanwijzingen dat relevante instrumenten en technieken worden gebruikt, maar er worden geen formele procedures toegepast.

Er bestaat een managementplan voor de uitoefening van de functie.

Er bestaat een standaard managementplan met aanpassingen aan de context van het werk.

Dit wordt voortdurend beoordeeld gedurende de hele levenscyclus.

Initiëren

De leden van het managementteam zijn bekwaam in de functie.

Alle rollen die bij de functie betrokken kunnen zijn bevatten de passende verant-woordelijkheden en prestatiecriteria in hun beschrijvingen.

Specifieke doelen

De procedurele kenmerken die zijn ontworpen om de specifieke doelen van de functie te bereiken, worden beschreven in de volgende onderdelen.

 

 

Met dank aan het BPUG-team voor de vertaling naar het Nederlands

SHARE THIS PAGE
15th July 2014Updates to generic goals and attributes to be a closer fit with CMMI-Dev

Vaardigheid

Terug naar boven