Volwassenheidsniveau’s 2 en 3

In dit onderdeel wordt de volwassenheid beschreven van het project-, programma- en portfoliomanagement op niveau 2 en 3.

Om de volwassenheidsniveau’s 2 en 3 te bereiken, dient de organisatie aan te tonen dat zij beschikt over een overeenkomstig bekwaamheidsniveau in de relevante functies en in staat is deze te coördineren in elk van de relevante levenscyclusprocessen.

De generieke indicatoren zijn van toepassing op project-, programma- en portfolioprocessen. Om een volwassenheidsniveau te bereiken voor programmamanagement moet projectmanagement van onderliggende projecten op vergelijkbaar niveau liggen.

Om het portfoliomanagement tot volle wasdom te laten komen, moet het programma- en projectmanagement van de onderliggende programma's en projecten op een vergelijkbaar niveau liggen.

 

Generieke kenmerken

 

Niveau 2 kenmerken

Niveau 3 kenmerken

Doelen

De doelen van het proces zijn bereikt, hoewel bij sommige elementen van niveau 1 nog steeds heldendaden kunnen worden waargenomen.

De doelen van het proces worden bereikt door een effectieve toepassing van het proces.

Functies

Alle functies die worden gebruikt om de processen uit te voeren, worden uitgevoerd op vaardigheidsniveau 2.

Alle functies die worden gebruikt om de processen uit te voeren, worden uitgevoerd op vaardigheidsniveau 3.

Borging

Het proces wordt gecontroleerd om er zeker van te zijn dat het effectief wordt uitgevoerd.

Het proces wordt gecontroleerd om er zeker van te zijn dat het is gebaseerd op organisatorische standaarden, is toegesneden op de context van het werk en efficiënt wordt uitgevoerd.

Verbetering

Verbeteringen van processen en procedures zijn opportunistisch en informeel.

Processen en procedures worden regelmatig herbeoordeeld; waar nodig worden verbeteringen aangebracht en formeel verspreid in de P3-management gemeenschap.

 

Met dank aan het BPUG-team voor de vertaling naar het Nederlands

SHARE THIS PAGE
No history has been recorded.

Volwassenheidsniveau’s 2 en 3

Terug naar boven