Overzicht

De Praxis-methode omvat procesmodellen en beschrijvingen van documentatie. Deze vormen de kern van de besturing van een project, programma of portfolio. De afzonderlijke processen maken gebruik van functionele procedures, instrumenten en technieken en zorgen voor een levenscyclusbenadering van hun toepassing.

De aard van projecten en programma’s lijken in t hun levenscyclus sterk op elkaar. Ze kunnen dus worden gemanaged met behulp van dezelfde fundamentele processen, maar met aanpassingen aan hun context en specifiek aan hun complexiteit.

Hoewel veel kenmerken van portfolio’s worden gedeeld met programma's, hebben ze een andere levenscyclus. Vandaar de opname in Praxis van twee procesmodellen, één voor projecten en programma's en één voor portfolio’s.

 

 

De aanpassing en invoering van consistente methoden is een belangrijke factor voor de ontwikkeling van het niveau van vaardigheden. De processen en documentatie in de methode vormen het mechanisme voor de integratie van functies (en dus vaardigheden) die tot volwassenheid leidt.

De doelen en activiteiten van elk proces vormen de basis voor het definiëren van volwassenheidsindicatoren. In ruil daarvoor biedt het volwassenheidsmodel kenmerken die kunnen worden gebruikt om de invoering  van de methode te begeleiden.

De doelen en procesactiviteiten bieden ook de structuur voor kennis- en prestatiecriteria in het competentie framework. In ruil daarvoor bieden competentiedefinities een maatstaf voor de individuele prestaties van de processen.

 

Met dank aan het BPUG-team voor de vertaling naar het Nederlands

SHARE THIS PAGE
24th July 2014Link to French translation added
31st December 2014Link to Italian translation added

Overzicht

Terug naar boven